Onlangs vierde mijn dochter Margriet haar 50ste verjaardag en zij had me als verjaarscadeau gevraagd of ik een soort kookboekje wilde maken met daarin recepten van gerechten die zij als kind graag aantrof op tafel. Naast de gebruikelijke eigen versies van gehaktbal, appeltaart, nasi en stoofvlees wilde ik ook beschrijven hoe ze de ovenschotel met in ham gerolde zuurkool met daaroverheen kaassaus moest klaarmaken. Maar ik had nog niet ‘Zuurkool met ham en kaassaus’ getypt of in mijn geheugen sprong het luikje naar vroeger open en daar kwam het volgende door naar buiten en op papier:
In september 1965 begon ik aan mijn studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de universiteit van Utrecht en uiteraard werd ik lid van studentenvereniging Veritas.
In december van dat jaar vierde de Meisjeskamer van die club haar zoveelste lustrum. Dat werd groots gevierd met een galafeest in kasteel Sterkenburg, nafeesten, receptie. De meisjes nodigden de jongens uit voor al de bijbehorende festiviteiten. (Let wel: je had in die tijd nog geen datingapps, geen datingprogramma’s, etc.).

Voor de jongens was het heel belangrijk of ze een uitnodiging ontvingen: dat zei immers iets over hun populariteit. Ook fijn en zeker niet onbelangrijk voor de genodigden was, dat al dat gefeest plaatsvond op kosten van het meisje. Mijn keuze viel op Paul Geevers. Hij studeerde ook Nederlands en was ook lid van Veritas. Hij was wat ouder, had al in dienst gezeten en was dus wat wereldwijzer dan de meesten van onze jaargenoten. En misschien wel het belangrijkste: ik kon heel erg met hem lachen.
Dus een paar weken voor het feest nodigde ik Paul uit. Dat ging in het studentenmilieu destijds heel officieel met een brief die als aanhef had: Weledelgeboren heer en het ging verder met u. Het antwoord van de genodigde jongen kwam ook in een brief, gericht aan de Weledelgeboren vrouwe, natuurlijk. Dat was volslagen idioot en grappig tegelijk. We realiseerden ons heus wel dat we een soort toneelstukje opvoerden.
Paul bezorgde zijn antwoord zelf. De brief vervoerde hij in zijn schooltas, zo’n oude, klassieke aktetas. Daarmee spaarde hij een postzegel uit, bleef de enveloppe droog en wist hij zeker dat de brief in mijn handen terecht zou komen. Mijn studentenkamer op de Moreelselaan in Utrecht was een zolderkamer met een dakkapel en daaronder een dakgoot, waaraan een spiegeltje was bevestigd. Daarin kon ik zien wie er beneden voor de deur stond.

Op een avond, halverwege november 1965, ging bij mij boven de bel, keek ik in mijn ‘spionnetje’ en zag ik beneden voor de deur Paul met die aktetas staan. Ik rende alle trappen af en opende de deur. Paul groette beleefd en legde de aktetas op zijn uitgestrekte onderarm, opende hem en haalde uit de – verder totaal lege tas – de brief tevoorschijn. Hij overhandigde zijn antwoord, ik bedankte hem en we zeiden elkaar gedag. Paul stapte weer op zijn fiets, ik sloot de deur en rende naar boven.
Die verschillende feesten waren hartstikke leuk. Na afloop van die feestelijke lustrumviering moest er door de gefêteerde jongen nog een dankbare punt achter al die jolijt gezet worden in de vorm van een cadeautje. Uit dat geschenk moest duidelijk zijn, dat er moeite voor was gedaan. Dus geen bosje bloemen of een fles wijn. Paul was daarvan op de hoogte gebracht door zijn broer Jan, die al een paar jaar meeliep in het studentenwereldje van toen. Hij kondigde in een brief aan dat hij die attentie graag bij mij zou willen afgeven. Ik schreef hem terug met het verzoek om dat te doen bij een eenvoudig etentje op mijn kamer. Ik had besloten om hem zuurkool in ham gerold en overdekt met kaassaus voor te schotelen. Dat mag nu eenvoudig lijken, maar het was destijds een hele toer om dat op mijn camping gasstelletje klaar te maken.
Wat had hij als cadeautje voor mij bij zich? Welnu: iets om de nog lege muur van mijn pas betrokken kamer mee op te fleuren. Het was een reproductie van een afbeelding van Berthe Morisot, een Franse, impressionistische, vrouwelijke schilder. Dat portret was geschilderd door haar vriend, zwager en medekunstenaar Edouard Manet. Over die beide kunstenaars had Paul in de bibliotheek (let op: er was nog geen internet en geen google) informatie opgezocht om tijdens de maaltijd een boeiend verhaal te kunnen vertellen. Verder had hij in diezelfde bibliotheek ook nog wat wetenswaardigheden opgezocht over het fenomeen ’duimzuigen’ (hij wist dat ik nog op mijn duim zoog). Zo had hij een paar gespreksonderwerpen voor het geval er een stilte zou vallen tijdens de maaltijd. In die tijd ging ‘daten’ niet over één nacht ijs.



Het is niet bij dat ene etentje gebleven. In 1969 zijn we getrouwd in de studentenparochie aan de Nieuwegracht in Utrecht. Na een paar jaar zijn we verhuisd naar Zijtaart en daar werden onze twee dochters geboren: Roos en Margriet. Je zou kunnen zeggen dat deze schatten hun bestaan te danken hebben aan in ham gerolde zuurkool.
Margreet
