Vurig

Zelfs in Spanje wordt het fris op een herfstavond in november. Op ons balkon heb ik al een dekentje om mijn benen geslagen en mijn schouders verpakt in een wollen omslagdoek. Die heb ik vanmorgen gekocht op de plaatselijke markt. Heel blij ben ik met dit kleurrijk exemplaar met rode en gele bloemen. Op mijn knieën ligt een van mijn favoriete dichtbundels: “Neem ruim zei de zee” van Sholeh Rezazadeh. Heerlijk rustig is het hier. Die stilte wordt verbroken door geroezemoes en korte roffels op een gitaar. De geluiden komen dichterbij en er klinken ook zangstemmen. Ik sta op, kijk over de balustrade en zie een stoet in traditionele Spaanse klederdracht langs lopen.

Muziek is mijn passie en ik klap spontaan mee in het ritme. De gitarist draait zich om en steekt zijn instrument omhoog. Ik zwaai met mijn boek en we kijken elkaar lachend aan. Jong en oud zie ik voorbij trekken. Oudere vrouwen met kleine kinderen aan de hand, een schuifelende man die steun zoekt bij zijn wandelstok, vriendinnen die gearmd lopen en vooral heel veel jeugd.

Even later staan ook wij buiten en laten ons meevoeren naar het centrale plein van de stad. ‘Luister, volgens mij zijn dat de tikkende hakken van een danspaar. Daar wil ik bij zijn.’ Zonder op mijn metgezel te letten ga ik er vandoor. Ik stuit op een grote kring toeschouwers en moet me uitrekken en op mijn tenen gaan staan om iets te kunnen zien. Dan kan ik genieten van de sensuele dansbewegingen van hun slanke lijven. Wat een vurigheid zit er in het geluid van de castagnetten en gitaren. Het publiek klapt volop mee om de artiesten aan te moedigen. Dan is het optreden voorbij en na een daverend applaus wordt het stil om me heen.    

Ik kijk speurend rond naar mijn vriend en zie hem bij een vuurkorf zitten naast een paar leeftijdgenoten. Die zijn allebei prachtig uitgedost in rood met geel en dragen een bijpassende hoed. De man wenkt naar me en de vrouw heft haar wijnglas omhoog. Ik steek het plein over en begroet het stel in het Spaans: ‘Buenas tardes, cómo están todos?’ Zij maakt voor mij een plaatsje vrij en ik strek mijn koud geworden benen uit naar het vuur. De houtblokken gloeien en af en toe schieten er vonken onze kant op. Niet veel later proosten we op de prachtige avond.

Wij krijgen te horen dat hier met kunst, muziek en dans de beschermheilige van de stad wordt geëerd. Daar willen we alles van weten. In een mengelmoes van Spaans, Frans en Engels praten we urenlang. Er is ook veel belangstelling voor onze vakantiereis en waar ons thuis is. We wisselen foto’s uit van kinderen en kleinkinderen en zo leren we elkaar beter kennen. Er is een klik, we voelen elkaar aan en we hebben veel raakvlakken. Ook zij houden van reizen en creatief bezig zijn. Het wordt later en later.

Het rumoer om ons heen sterft uit. Groepjes mensen verlaten het plein en de laatste houtblokken liggen te smeulen. Ook voor ons is het tijd om terug te gaan naar het hotel. Maar eerst nog een vurige omhelzing en de belofte om morgen, op hun adres tijdens de avondmaaltijd, nogmaals een toost uit te brengen op deze bijzondere ontmoeting.

Nelleke