Uit volle borst

Sinds kort ben ik aan het zingen. Of eigenlijk, echt zingen is het niet, het is eerder blèren, want het klinkt nogal hard en vals.
Ik zing op de fiets, als ik in m’n eentje een tochtje maak; ik zing met name als ik aan het mountainbiken ben, op de Rooise en Schijndelse heide. Ik moet dan wel alleen zijn en geen andere mensen om me heen zien. Alleen dán durf ik lekker uit te halen.


Dan zing ik bijvoorbeeld ‘I want to ride my bicycle, bicycle.’ En na een paar minuten Queen schakel ik soepeltjes over naar Roy Orbison: ‘Only the lonely, dum, dum, dummy doo-wah’. Het voelt alsof ik vleugels krijg van het blèren.

En als het dan na een tijdje niet meer zo makkelijk gaat, of als de regen in mijn gezicht striemt, dan hijg ik: ‘We zullen dóórgaan … met het zweet op ons gezicht, … We zullen dóórgaan….’ Vaak herhaal ik steeds dezelfde woorden, want meer tekst heb ik niet. Ik zing wel steeds harder.

Ik ben eigenlijk nooit zo van het zingen geweest. Mijn eventuele zangambities zijn al vroeg de kop ingedrukt. Ik was zeven. Toen werd ik lid van de plaatselijke gitaarclub. Ik wilde graag gitaar leren spelen en liedjes zingen, net als mijn zus en beste vriendinnetje. Maar toen ik auditie moest doen en moest voorzingen, zei de dirigent: ‘Elli, voor jou geen gitaar. Jij kan beter maar banjo gaan spelen. Want banjospelers hoeven niet te zingen.’ Later heb ik het nog wel geprobeerd in het kerkkoortje. Vanaf het hooggelegen koor zong ik uit volle borst alles mee, fanatiek m’n best doende. Toen de juf een keer beneden in de kerk ging luisteren hoe we klonken, zei ze: ‘Ik hoor er één stem bovenuit, wie zingt er toch zo vals en schel?’ Ik wist meteen dat ik dat was. Dat kon gewoon niet anders. Sindsdien heb ik een zangcarrière afgezworen, althans het zingen in bijzijn van anderen.

Dat is trouwens niet helemaal waar. Tijdens een fietstocht door de Rocky Mountains was ons namelijk aangeraden om continu geluid te maken, om zo de grizzly’s en zwarte beren te waarschuwen dat we daar reden. Dat deden we dapper. Maar na verloop van tijd gingen we praten om het praten, en dan zeiden we zoiets van: ‘Ik zeg maar weer eens wat, we moeten tenslotte geluid maken’. Uiteindelijk ben ik toen maar gaan zingen, een heuse medley. Dat zou ze leren, die beren.


Het zingen tijdens het fietsen bevalt me goed. Onderweg denk ik ook aan serieuze zaken. Want mijn grootste ambitie is het om bij te dragen aan het oplossen van de problemen in de wereld. Een oplossing bieden voor het klimaat, politiek gekonkel en oorlogen, en in het bijzonder wil ik iets doen tegen polarisatie, haatzaaien en nepnieuws. Want daar krijg ik buikpijn van.

Meestal loop ik vast bij het oplossen van de wereldproblemen…, kijk, ook daarvoor helpt zingen. Kwelen ‘La vie, la vie est formidable’, leidt af van zwaarmoedige gedachten en brengt een glimlach om m’n lippen. Ik fiets dus niet alleen met vleugels, ik word er ook vrolijker van.
Maar ja, het kan ook zijn dat iemand mij tegenkomt terwijl ik smachtend roep: ‘Lief, omarm me! Ik heb je lief!’. Dan weet ik dat ik zal blozen. Dan zal ik ‘Sorry, sorry, het is niet persoonlijk bedoeld,’ zeggen en hard doorfietsen.

En natuurlijk hoop ik dat niemand aanstoot neemt aan mijn a-muzikale klanken, of foto’s of filmpjes maakt en lelijke dingen over me gaat zeggen op social media. Maar als dat gebeurt dan zal mijn verweer zijn: ‘Oké, dat was misschien raar of vervelend, maar ik was wel bezig om het leven luidkeels een beetje mooier te maken.’

Elli