‘Meneer, mevrouw, kent u deze omgeving goed? We zijn met een speurtocht bezig en een van de opdrachten is: zoek de boom in de vorm van een hert.’ Verwachtingsvol kijkt de man ons aan. ‘Een boom die lijkt op een hert? Nog nooit gezien. Jij Dirk?’ ‘Nee, zou die hier moeten staan?’ En hij kijkt de wandelaar verbaasd aan. ‘Ja, in de Kasteellaan.’
Nu, jaren later is het natuurgebied ‘d’n Diependaal’ een stukje van mezelf geworden. Ik erger me aan papier, blikjes en andere zooi in het groen. Soms ga ik gewapend met handschoenen en een plastic zak het bos in om het weer afvalvrij te maken. Ik begin meer details te zien en ik vraag me steeds vaker af hoe een bepaalde bloem of struik heet. Ik maak foto’s en zoek het thuis rustig op. Ook sommige vogelgeluiden herken ik nu steeds beter dankzij online vogellessen. Heerlijk als ik kan benoemen wat ik onderweg hoor en zie. Daar word ik warm van. Toevallig lees ik op de kalender: “Geluk is als een kind weer leren kijken naar de mensen en de dingen om je heen.” Nu besef ik hoe waar dit is.

Tijdens een van onze wandelingen zie ik het opeens. ‘Dirk, het hert!’ roep ik. ‘Ik heb het hert gevonden!’ ‘Wat? Waar? Welk hert? Ik weet echt niet wat je bedoelt.’ zegt Dirk. ‘Kijk dan! De boom die op een hert lijkt. Weet je nog? Daar staat ie!’ Ik loop naar de rand van het pad en sta stil voor een vervormde boom en begin aan te wijzen: ‘Kijk, deze knoest op de stam is de snuit van het hert en een stukje daarboven is een gladde ronding te zien. Dat is het oog. Iemand heeft het zelfs witgekalkt zodat het nog beter herkenbaar is.’ Dirk bekijkt fronsend het bewuste geboomte. ‘En zie je dat?’ ga ik verder. ‘Die vier takken die schuin naar boven wijzen, dat is het gewei!’ De boomdelen torenen imposant uit boven “de kop” van het boombeest. ‘Verdorie, nu je het zegt, het lijkt echt op een hert,’ roept Dirk.
Af en toe komen we op ons pad andere wandelaars tegen. Soms maken we een praatje, op anderhalve meter afstand natuurlijk, al moeten we daar soms voor in het kreupelhout gaan staan.
Het komt ook voor dat passanten angstvallig voorbij snellen met de blik op oneindig, al dan niet met de hand of een sjaal voor de mond. Logisch, in deze coronatijd. Het is verschrikkelijk
als het virus je treft. De onzekerheid of je er weer bovenop komt. Wanneer? En wat houd je er aan over?
De natuur is daar allemaal niet mee bezig, die gaat gewoon zijn gang alsof er niets aan de hand is. Een eekhoorntje snelt schichtig over het pad een boom in, blijft even onbeweeglijk zitten en weg is het. Verderop komen de koeien na een lange winter voor het eerst weer buiten. Springend en rennend stuiven ze de wei in op zoek naar het malse gras. Koeiendans, koeienplezier of hoe je het ook noemen wilt. Mooi om te zien. Een meesje, dat haar eitjes heeft gelegd in het zelf geschilderde vogelhuisje van de kleinkinderen, vliegt af en aan en trekt zich niets aan van bedrijvigheid om zich heen.
Wat een tijd.
Willemien