Wat is wijsheid?

In de Griekse badplaats Sarti parkeren we onze huurauto bewust een behoorlijk eind van de fleurige bars en restaurants, sommige met felgekleurde of Grieks-blauwe stoeltjes en tafeltjes, andere met ‘hemelbedden’ of loungebanken in oosterse sfeer. Op dit tijdstip zit daar nog niemand weten we uit ervaring.

Wij gaan vroeg in de avond op pad voor een heerlijke wandeling. De zee ruist rechts van ons en laat soms wat schuimkopjes zien. Weinig strandgangers die willen zwemmen op dit uur. De wind waait zachtjes door mijn haren.

Na een tijdje zien we een klein, maar opvallend netjes aangeharkt, parkje. Middenin, gericht naar zee, ligt op een stapel stenen boeken een groot wit opengeslagen marmeren boek. Ik neem plaats achter dat boek – het voelt alsof ik op een spreekgestoelte sta – en probeer de tekst te lezen. Die is wat vervaagd en natuurlijk in het Grieks. Geen uitleg verder, geen vertaling voor de geïnteresseerde toerist. Ik kijk op van het boek richting het water en zie daar, uittorenend boven de Egeïsche zee, de berg Athos liggen.

Het kwartje valt. Dit boek der wijsheid zal vast iets vertellen over het bijzondere klooster-schiereiland, waar al eeuwen in soberheid door monniken wordt gemediteerd, gezongen en beschouwd. Alleen mannen zijn er welkom. En de weinige bezoekers die daar wel voor enkele dagen te gast mogen zijn om wijsheid te vergaren, moeten zich lang van te voren aanmelden. Ik besluit om later eens wat meer over de inspiratiebronnen van het klooster op te zoeken.

Het wordt al later en met de voeten in het zand en in de rug de zon die wat in kracht begint af te nemen, genieten we van een drankje. Rust, gedachten waaieren naar alle kanten. Soms in het nu, door het zien van al te bruine lijven, soms wat filosofisch, geïnspireerd door de rots die op enige afstand fier standhoudt. Die rots in de branding.

We komen aan in een sfeervol restaurant aan de boulevard. We worden door de gastvrije eigenaar naar een leuke plaats geleid, midden in de nog vrij rustige eetgelegenheid, waar we al vlot wijn en water op tafel zien verschijnen. Over de bestelling zijn we het snel eens. Wat gerechten om samen te delen. We hebben er zin in. ‘Yamas’.

Het eten wordt op onze tafel uitgestald. Het ziet er prima uit. Maar dan … net willen we ons eerste hapje proeven als in onze ooghoek ineens een rij mensen opdoemt die onder leiding van een vrouwelijke gids frank en vrij, en niet gehinderd door enige gêne, ons restaurant in marcheert. In een taal die we niet verstaan, wordt een complete buslading toeristen vriendelijk verzocht om plaats te nemen op alle beschikbare stoelen en loungebanken, precies rondom ons. Ineens zijn alle ogen voor ons gevoel dus gericht op … ons, want de dame die het woord neemt, staat slechts enkele meters van ons vandaan. Het lijkt of we plotseling op een podium zijn beland. Dat dat nog eens zou gebeuren, hadden we nooit kunnen bedenken. We hadden nooit ambities in die richting. Speeches, niet ons ding. Een lied uit volle borst. Iets voor anderen. Geen zangtalent.

Een onbegrijpelijke toespraak gaat van start. Er wordt gewapperd met landkaarten van de omgeving. Als in een pop-up theaterstuk zitten wij daar ineens in het centrum van de belangstelling te eten. We voelen hongerige blikken, priemende ogen van alle kanten. Ik wil niet opvallend achteromkijken, dus vraag ik zachtjes aan mijn liefje: ‘Hoeveel zitten er achter mij? Ik zie er zo al minstens dertig aan jouw kant. En dan de tafeltjes opzij, zelfs achter de zitplaatsen staan ze ook al die tijd ongeduldig op hun benen te wiebelen. Hoe lang moet dit nog duren?’ Er komt inderdaad geen einde aan. 

We eten verder, maar de aandacht gaat meer naar de omgeving dan naar de gerechten. ‘Kunnen we de boel niet oppakken en ergens anders gaan zitten?’ ‘Nee, dat zou nog meer opvallen, dan spelen we helemaal de hoofdrol.’ ‘Zullen we bij de ober melden dat dit voor ons niet zo fijn voelt?’ ‘Dat doen we in elk geval, ze kijken van achter de bar ook al met medelijden naar ons, volgens mij. Maar zij kunnen het ook niet oplossen.’ ‘Een gek idee, maar … zullen wij ze met onze telefoon eens lekker uitgebreid gaan filmen? Kijken hoe ze reageren,’ ‘Nee, kom op.’
Het duurt en het duurt maar. ‘Als er straks nog een vragenronde komt, zullen wij dan eens onze hand opsteken en zeggen dat we er geen snars van begrepen hebben?’ Zo fantaseren we verder.

Tja, je bedenkt van alles en je kunt niks. Plotseling doemt de vraag der vragen op: Wat is wijsheid? Wat zouden de monniken van Athos doen? Berusten.

Dat is wijsheid!

Ineke