‘Hey guys, hoe gaat ’t?’ Een kleine, gedrongen man met een grote fles bier in zijn hand, komt op ons tafeltje toegelopen. Henk en ik zitten in de pub in het mini-plaatsje Middlemarch op het zuidelijke eiland van Nieuw-Zeeland. ‘Ik heb het eens zitten bekijken, jullie hebben een gezonde eetlust; sjonge, jullie schuiven nogal wat naar binnen,’ zegt de man. ‘Laat me raden, jullie zijn WWOOFers, de nieuwe vrijwilligers op de eco-boerderij van mijn buurman.’ Na onze vragende blik, zegt hij: ‘Dan zijn jullie fietsers die de Otago-trail rijden.’ Dat laatste beamen we: ‘Jazeker, en dat is genieten, de natuur is hier zo prachtig, het fietsen is iedere dag een nieuw avontuur,’ zegt Henk.

‘Ik ben Greg,’ stelt de man zich voor.
Ik zie dat Greg op kousenvoeten is, net als bijna alle andere gasten; het is de gewoonte hier om vuile schoenen en laarzen buiten te laten staan. Hij is wat je noemt erg casual gekleed. Een oud rafelig shirt en een korte broek die vuil is en z’n beste tijd gehad heeft. Hij valt hier niet uit de toon. Alle bezoekers lijken recht uit het werk naar de pub te zijn gekomen. Hoe je eruitziet, vindt iedereen volslagen onbelangrijk.
Als we vertellen dat we uit Nederland komen zegt Greg: ‘Ik heb familie daar, in Zwolle. Ben er wel eens geweest. Vlak landje, best wel druk ook. Het fietsen hier zal wel heel anders zijn dan jullie gewend zijn. Hier heb je zeeën van ruimte en niet te vergeten bergen. Hier moet je klimmen.’ We vertellen hem een paar van onze ervaringen. We glimmen bij de herinnering.

Even later vertelt hij dat hij drie jaar geleden met pensioen is gegaan. ‘Ik ben 45 jaar bunny hunter geweest. Konijnen en possums vangen, dat was m’n werk. Die beesten zijn de pest, weet je dat? Vijf dagen per week trok ik erop uit met vallen en gif. Ik droeg zo bij aan het natuurbehoud van ons land, want je wilt niet dat beesten die hier niet horen onze natuur vernielen, alles kaalvreten en ondergraven.
En wat denk je? Toen ik met pensioen ging was de konijnenpopulatie flink groter dan toen ik begon te werken.’ Hij schudt z’n hoofd. ‘Ze fokken sneller dan het licht.’
‘We zien hier iedere dag inderdaad extreem veel konijnen,’ zeg ik, ‘en ook heel wat vallen, houten dozen met lokaas.’
‘Dat zijn vallen voor possums. Hun vacht levert tenminste nog geld op. Als ik onderweg was had ik een apparaatje bij me. Je stopt zo’n beest erin en trrrrrrrrr, je hebt ‘m à la minuut ontveld.’
Terwijl hij praat, zie ik een soort aspergeschiller voor me waarmee het knaagdier van z’n velletje wordt ontdaan.

Greg ziet mijn vertwijfelde blik en zegt: ‘Een kantoorbaan gehad zeker? Ja, dan moet je flink schakelen, dit is Nieuw-Zeeland. Hier in dit dorp zijn we allemaal buitenmensen. Voor een groot deel leven we van schapen. We beschermen onze eigendommen, elkaar en onze natuur. We zijn er heel duidelijk in: iets wat schade aanricht, willen we niet.’

Ik denk aan de vele fantastische fietstochten die we al hebben gemaakt. Aan de uitgestrektheid, de ruimte en de fantastische natuur – die natuurlijk beschermd moet worden. En ik denk aan alle ontmoetingen met die spontane, gastvrije, hartelijke no-nonsense mensen.
Iedereen is relaxt, neemt de tijd en staat klaar om je te helpen. We voelen ons hier meer dan welkom; het reizen is een feestje. Dit land heeft ontegenzeggelijk ook veel regels om alles in goede banen te leiden (doe dit, doe dat niet, dit mag, dat mag niet).
Maar Greg, het enige schakelen dat ik in dit land moet, is het schakelen naar een hogere of lagere versnelling als ik aan het fietsen ben. Het elkaar ontmoeten gaat hier vanzelf, met een open mind.
Ik denk juist dat het flink schakelen wordt, als we weer thuis zijn.
Elli
