De ochtend van onze oppasdag komt onze dochter met een lichte paniek in haar stem naar me toe. ‘Mam, ik ben, door het geschuif met mijn werkdagen, vergeten dat de kinderen vandaag om half drie bij de tandarts moeten zijn!’ ‘Wat?’ antwoord ik, ‘alle drie?’ ‘Alle drie, ja! Wil je dat doen, mam?’ ‘Eeh, ja dat zal dan moeten,’ reageer ik vertwijfeld. ‘Tandenborstels liggen in de badkamer, neem je die mee? Dan kunnen Rik en Bjorn in de praktijk nog hun tanden poetsen. En kun je Emily nog even helpen met poetsen voordat je gaat?’ Verbouwereerd weet ik niet zo snel te antwoorden. In mijn hoofd ben ik al aan het bedenken hoe ik dat allemaal ga doen, hoe laat ik vertrek en … als Dorien roept: ‘Bedankt alvast mam, ik ben naar mijn werk. Op de app staan de bijzonderheden om aan de tandarts te vragen, ook over het spalkje van Bjorn, doei!’
Wat zei Dorien nou over het spalkje van Bjorn? Wat is daar mee? O ja, ik weet het weer. Een week eerder, tijdens de voetbaltraining, kreeg mijn achtjarige kleinzoon het voor elkaar om zijn tand met wortel en al eruit te trekken. Niet zo maar natuurlijk, maar als fanatieke keeper kwam hij met zijn gebit vast te zitten in het doelnet. Hij had net zo lang gesjord tot hij los was en daarmee ook zijn ‘blijvende voortand’ eruit getrokken. Gelukkig had hij hem opgeraapt en was ermee naar papa gerend, die verderop training aan het geven was.

Als ouder kom je met de meest onverwachte dingen in aanraking. Wat nu te doen? Papa pakte de tand, stopte hem terug in het kinderkaakje en belde de tandarts. Bjorn kreeg een spalkje en er zou overlegd worden wat er verder moest gebeuren. Voorlopig alleen zacht voedsel eten en niet sporten. Wat een toestand. Maar het voordeel van oma zijn is dat zulke gebeurtenissen meestal enigszins aan me voorbij gaan. Ik hoor de verhalen achteraf, toon belangstelling voor degene die het overkomen is, denk nog even aan de perikelen van jaren terug met mijn eigen kinderen en dan is de kous af.
Precies om half drie stap Ik met Rik van tien, Bjorn van acht en de kleine Emily van drie, de praktijk van ‘tante arts’, zoals ons meisje hem noemt, binnen. Rik gaat met de assistente mee voor de fluorbehandeling. Bjorn en Emily gaan samen met mij naar de behandelkamer, waar de vriendelijke tandarts al op ons staat te wachten. ‘Zo kinderen, mochten jullie vandaag met oma mee? Die grootouders zijn onmisbaar,’ vervolgt hij terwijl hij me glimlachend aankijkt.

‘Wie gaat eerst?’ vraagt hij. ‘Ik,’ roept Bjorn en hij klimt al op de stoel en hij gaat liggen met zijn ogen stijf dichtgeknepen en zijn mond wagenwijd open. Zo ligt hij te wachten tot de arts met zijn instrumenten de controles gaat uitvoeren. Dat heeft hij vaker gedaan, dat is duidelijk. Grote broer vertelt zijn zusje, dat je beter je ogen dicht kunt doen zodat je geen last hebt van het licht.
Ze luistert aandachtig met haar handje in mijn hand. ‘En je krijgt dadelijk een muntje om een cadeautje te trekken,’ voegt hij eraan toe. Als zijn gebit gecontroleerd is zegt de arts: ‘Het spalkje moet nog blijven zitten tot we meer weten.’
Bjorn springt uit de stoel en dan is Emily aan de beurt. Al wat voorbereid maar toch een beetje gespannen ligt ze op de voor haar wel erg grote behandelstoel. ‘Kijk,’ zegt de tandarts en hij geeft haar een instrument met een klein rond spiegeltje. Met de oogjes stijf dicht stopt ze het spiegeltje tussen haar tandjes en laat de dokter zijn werk doen. Ik zie dat ze ontspant als de man hardop begint te tellen: ‘Eén, twee, drie… ‘Prachtig….! Tien tandjes boven en tien beneden, dat is…’ en hij wacht even. ‘Twintig!’ reageert haar broer snel. ‘Goed gedaan allebei,’ glimlacht de tandendokter. ’Tot de volgende keer, hier is jullie muntje.’ ‘Hee, zeggen jullie nog iets?’ maan ik de twee. ‘Doei,’ roepen ze terwijl ze naar de cadeautjesautomaat rennen.


Rik is ook klaar en helpt zijn zusje met het muntje om haar cadeautje te bemachtigen. Ze hebben alle drie een stuiterbal te pakken. Terwijl ik de instructies voor de kinderen probeer in me op te nemen en te noteren, hoor ik mijn kleinkinderen plezier maken. De ballen vliegen me om de oren. ‘Mijn bal stuiterde heel hoog!’ Rik wijst omhoog naar de trap en de bovenverdieping. ‘Helemaal tegen het plafond.’ ‘Ja geweldig,’ zeg ik terwijl ik even omkijk en enkele bedenkelijke blikken van wachtenden opvang. Ik negeer ze en zeg opgelucht tegen ‘mijn kroost’: ‘Kom kinderen, we gaan.’
Willemien
