We zijn op fietsvakantie. Henk en ik maken ons op voor een relaxte dag: een korte fietsetappe, zonder beklimmingen en zonder tegenwind. Het plaatsje Lumsden is onze bestemming. We zijn zorgeloos aan het genieten. ‘Heerlijk hè, lekker weer, geen verkeer en wat een uitzicht,’ roep ik Henk toe.
Als we een kilometer of zes onderweg zijn, knijp ik plots in de remmen: ‘Even stoppen Henk, ik denk dat ik mijn telefoon vergeten ben!’ Paniekerig zoek ik in mijn jas en in het voorvak van mijn fietstassen. En ik zoek nog een keer en nog een keer. Niks. ‘Verdorie, ik moet hem in de B&B hebben laten liggen.’ ‘Als je het heel zeker weet,’ zegt Henk ‘dan rij ik wel terug. Ik laat mijn bagage bij jou achter, dan ben ik sneller.’ Twee minuten later kijk ik een racende Henk na en sta ik met vier extra fietstassen langs een rechte, lege weg, in de middle of nowhere.


Terwijl ik daar sta, schiet het me ineens te binnen dat ik die ochtend mijn leesboek en schriftje heb ingepakt en in een van de achtertassen heb gestopt. Het zal toch niet….. Even checken. Jawel hoor: ik ben mijn telefoon helemaal niet vergeten, ik heb hem alleen op een voor mij volstrekt onlogische plek opgeborgen. Mijn hartslag gaat omhoog. Oeps. Henk is al bijna uit het zicht, die kan ik niet meer beroepen. Dan maar snel een appje sturen. Hopelijk leest hij dat onderweg of als hij bij de B&B is. Maar na het versturen ervan slaat de schrik me weer om het hart: hij heeft hier op vakantie in Nieuw-Zeeland zijn Nederlandse nummer niet in gebruik. Dus, waarschijnlijk zal hij dat berichtje helemaal niet zien…. En zijn nieuwe lokale nummer, ken ik niet. Zo dadelijk staat hij daar radeloos in de B&B – alles afgezocht, niks gevonden. En wat dan?
Wikkend en wegend besluit ik hem achterna te fietsen. Maar met al die bagage gaat dat niet lukken. Dus haal ik de hele handel van de fiets en zoek naar een plek om Henks tassen en de mijne – zeven in totaal – te verbergen. Aan de overkant van een sloot, die gelukkig droog is, is het gras tamelijk hoog, dat lijkt een prima plek. Het duurt even voordat ik alle tassen verstopt heb, maar dan fiets ik Henk achterna. De schrik en de verwarring geven me vleugels.
Hijgend, maar in een recordtijd, kom ik bij de B&B aan. O jee, Henks fiets staat er niet. Meteen draai ik om. Hij moet alweer terug zijn gefietst, terwijl ik nog heen fietste. Help. Geen moment heb ik er rekening mee gehouden dat Henk een andere weg terug zou nemen en dat we elkaar onderweg niet zouden tegenkomen. Puffend en zwetend trap ik terug naar de plaats waar onze tassen liggen, naar de plek waar hopelijk ook Henk staat.
‘Waar was jij nou?’ Een uiterst verbaasde Henk staat me op te wachten. Ik zie de vertwijfeling in zijn ogen. Ik leg alles, zo goed en zo kwaad als het gaat, uit. ‘En toen dacht ik, je kan mijn telefoon daar niet vinden en je krijgt mijn appje niet. Ik kon je daar toch niet laten staan?’ Hij blijft me verbaasd aankijken: ‘Jij bent gek, ben je helemaal teruggefietst? Ik zag jouw appje wel. Toen heb ik de eigenaar van de B&B heel hartelijk bedankt voor haar inspanningen. We hadden samen de hele kamer al overhoopgehaald voor jouw telefoon.

Vervolgens ben ik snel teruggefietst, via een kortere route. Kom ik hier en zie ik helemaal niets en niemand. Ik sta hier een beetje rond te kijken, want waar kun jij nou naar toe zijn, met al die bagage? Het enige wat ik kon bedenken was dat jij een lift gekregen moest hebben, maar waarheen dan? Ik wist het even echt niet meer…. Gelukkig zag ik vijf minuten geleden een blauw stipje deze kant op komen. Mazzel dat de weg hier zo recht is.’
Hij pauzeert even: ‘Waar heb je de tassen eigenlijk gelaten?’ ‘Verstopt’, zeg ik. ‘Waar dan?’ Ik parkeer mijn fiets en scan de berm. ‘Eh… hier. Bij dit blikje de sloot in. Hierachter liggen ze, in het gras.’ Ik zoek in het gras, loop op en neer, maar waar ik ook kijk, geen tassen. ‘Ze zijn weg …’, zeg ik en voor de zoveelste keer die ochtend slaat de paniek toe. ‘Die kunnen niet weg zijn,’ zegt Henk, ‘er komt hier amper iemand langs en niemand stopt hier om zomaar iets in de berm te zoeken.’ ‘Ik heb ze toch echt hier neergelegd, bij dit blikje,’ piep ik. We zoeken samen de berm af. Henk loopt wat verder door en ik loop terug. Hij heeft gelijk, die tassen kunnen gewoon niet weg zijn, toch? Maar, wat als ….?
Na een tiental angstige minuten ziet Henk zo’n honderd meter verderop nog een blikje in de berm liggen. ‘Gevonden!’
En zo gaan we weer verder, zorgeloos op weg naar Lumsden.
Elli
