Liever wit

Najaar 2025. Een knipsel van een kop uit de krant trekt mijn aandacht. ‘Liever wit’, lees ik. Dat geeft te denken. Wat zou eronder hebben gestaan? Liever wit, als: liever een dik sneeuwtapijt in de komende winter dan alleen maar grijsgrauwe maanden? Of liever witte wolken dan een dreigende lucht aan de horizon? Nee, het zal zeker niet over het weer gaan. Ik mag zelf verzinnen wat op die woorden zou kunnen volgen.

Liever wit … dan wat? Wacht, het is verkiezingstijd. Het is vast weer een kreet uit de politieke partij die alle grenzen wil sluiten voor mensen van buiten, mensen die niet passen in ons oer-Hollands plaatje, waar witte mensen de norm zijn. En waar mensen van kleur – zo wordt dat genoemd – zelfs degenen die hier al jaren wonen, zich stilhouden omdat ze niet worden geaccepteerd. Liever wit dan van kleur? Wat voor wereld is dat?

Ik moet ineens denken aan prachtige prentenboeken. Fantastisch geïllustreerde verhalen die we onze kinderen en kleinkinderen voorlezen.

Neem nou het boek met de titel ‘De Jongen, de Mol, de Vos en het Paard’ van de schrijver Charlie Mackesy. Hij vertelt het verhaal van een dierenbos waar een jongen, een vos, een paard en een mol op pad gaan, om uiteindelijk tot mooie inzichten te komen. Bij alle hindernissen die ze moeten overwinnen, maken ze gebruik van elkaars bijzondere eigenschappen en vaardigheden. Zelfs als ze er wel eens aan twijfelen of het allemaal gaat lukken, komen ze gaandeweg tot de conclusie dat ze juist samen sterk zijn. Samen alles aan kunnen. Grootte, kleur of anders blijken krachten te zijn en geen obstakels.


Een mooi en inspirerend boek.

Een fragment uit het verhaal: “Wat is het moedigste woord dat je ooit gezegd hebt?” vroeg de jongen. “Help”, antwoordde het paard.


“Wat wil jij worden als je groot bent?” vroeg de mol. “Lief,” zei de jongen.

Met mijn kleindochter zat ik onlangs te bladeren in een boek over poesjes. Een van de schattige pluizige beestjes had een andere kleur dan de rest. Het meisje genoot van de mooie tekeningen en leefde mee met het verhaal dat ik erbij vertelde. ‘Kijk, het rode poesje hoort er gewoon helemaal bij. Geen twijfel mogelijk.’ Kindje kan gerust gaan slapen als het voorleeskwartiertje voorbij is. Alles komt immers goed?

En de boeken over ‘Kikker’ van Max Velthuijs. Kikker, een gifgroen springertje dat op zekere dag met keelpijn uit bed stapt en niet meer kan praten. Zijn vrienden Eend, Haas en Varkentje zijn solidair en houden ook een dag hun mond. Samen zwijgen. Hoe mooi is dat? Ook een samen gebreide warme das en thee met honing bieden uitkomst. Een happy end met een hardop uitgesproken ‘dank je wel’ van Kikker voor zijn vrienden.

Waarom leren we onze kinderen en kleinkinderen op jonge leeftijd dat alle soorten, maten en kleuren van levende wezens goed zijn, dat we samen meer zijn dan een alleen, dat het juist goed is om in contact te komen met andersdenkenden omdat het je leven zo verrijkt … als we later toch maar moeilijk om kunnen gaan met mensen die niet op onszelf lijken en die vervolgens uitsluiten? Want dat is helaas maar al te vaak de praktijk.

Je zou bijna wensen dat volwassen mensen verplicht worden om meer of opnieuw prentenboeken te gaan lezen opdat ze uiteindelijk ‘het licht zien’.

Ook licht is wit, ja, dat zou je misschien zeggen.

Maar … wit licht bestaat uit heel veel kleuren, van rood tot oranje, van geel tot groen, tot blauw en violet.
Alle kleuren van de regenboog.

Zonder kleur geen wit.

Ineke