In ’t honderd

Tellen kon zij als geen ander.
Slapen minder
wel bezien

Geeuwen
Gapen

Schapen
tellen
In de nacht
Honderd, negenennegentig,
achtennegentig

en opnieuw in ’t honderd

Koeien dan maar?
Of kamelen?
Die zijn ook wel vaak met velen
Zesennegentig, achtenvijftig,
zesenveertig, drieentwintig,
tien

Wie nog niet weg is
is gezien

Tot het nulpunt

en in de ochtend

uitgeteld

Ineke