Uitdaging

Heel tevreden kijk ik naar mijn eettafel. Een uitnodigend kleurenpalet van hapjes, drankjes en mijn leukste serviesgoed. Met een beker koffie en wat mijmerend wacht ik op mijn gasten. Een claxon haalt me uit mijn dromerijen en ik spoed me naar buiten. Zoonlief en kleindochter stappen uit de auto. Zij pakt uit de achterbak een rugzak en een helm, hij de step.

Op de Whatsapp hebben Lotte en ik al afgesproken dat wij samen eropuit gaan met de step. Na een gezellige lunch vertrekt mijn zoon. Wij ruimen de tafel af en vullen de vaatwasser. ‘Ben je er klaar voor, oma ?’ vraagt ze. ‘Eerst wat anders aantrekken,’ zeg ik. Ik zwaai met mijn lange, wijde zomerrok. Natuurlijk geeft ze mij adviezen over geschikte kleding en schoeisel. Even later gaan we de achterdeur uit. Ik in een fleurig trainingspak met gympen en zij in ‘double blue’ oftewel spijker-op-spijkerkleding. Allebei een fietshelm op.

Op de heenweg, richting de parkeerplaats van het Kienehoefpark, showt ze haar bedrevenheid op de step. ‘Een makkie toch, oma!’ Niet zo hard, ligt het op het puntje van mijn tong. Gelukkig kan ik de woorden op tijd inslikken. Op een leeg stuk van het terrein krijg ik mijn eerste les. Waar op de treeplank zet je de voeten, hoe gaat het starten, gas geven en het remmen. Lotte is geduldig van aard, dus zij laat mij eindeloos oefenen.


Om te wennen gaan we eerst samen op de treeplank. Zij bedient de step en ik houd me met beide handen stevig vast om haar middel. Dan mag ik alleen een rondje draaien. In het begin ga ik super traag maar al gauw met wat meer spirit. Wanneer, uit het niets, een auto dichterbij komt, raak ik even in paniek maar herstel gelukkig op tijd. ‘Top,’ hoor ik haar roepen. ‘Pauze voor een ijsje!’ Zij holt over het pad naar het restaurant ‘De Helden van Kien’ en ik volg met de step in de hand.

Daarna wil Lotte naar het centrum. Zij gaat op de step en ik probeer haar al snelwandelend bij te houden. Halverwege het Klaverpad vindt ze dat het mijn beurt is. ‘Oma, stop maar voor die hoge brug van de Dommel, die helling is veel te gevaarlijk voor je.’ Dat moet je niet tegen mij zeggen, want ik heb de smaak te pakken gekregen voor het meer uitdagende werk. In een flink tempo rijd ik de steile brug op en stop bovenaan. Daar steek ik allebei mijn armen de lucht in: ‘Joepie, ik kan het.’ Lachend komt mijn kleindochter naar me toe gerend en ik krijg een dikke knuffel: ‘Je bent een kanjer.’ Met een rechte rug en het stuur in beide handen buig ik naar mijn bewonderaars die bij de brug van hun fiets zijn gestapt. Daarna rijden we samen richting de Markt voor een ‘frietje met’. Dat hebben we wel verdiend na deze uitdaging.

Nelleke