Meximieux, zie ik op het bord langs de snelweg richting Lyon. Ik ben er weer bijna. Mijn familiebezoek – tevens vakantie – kan beginnen. Het betere werk. ‘Le mieux’ zeggen ze hier. Het beste.
Na een dag of wat acclimatiseren in het huis waar ik verblijf, bestudeer ik een fraaie Carte Touristique om te ontdekken wat ik zoal kan gaan ondernemen in de komende weken. Als ik de kaart bekijk van het gebied Des Balcons du Dauphiné, vallen me een paar dingen op. Naast dat er minuscule fietsertjes zijn afgebeeld die ik absoluut niet ga nadoen in dit toch wel wat bergachtig gebied, zijn er minstens vijftig plaatsen of van die typisch Franse gehuchtjes met een naam die eindigt op ieu of ieux. Crémieu, een heerlijk middeleeuws plaatsje met oude hallen, leuke winkels en lekker eten, ken ik al vanaf de eerste jaren dat ik hier kom. Lagnieu komt me ook bekend voor. Laat ik nou deze keer eens wat kleinere verrassende plaatsjes eindigend op ieu op mijn programma zetten. Ik laat me graag verrassen.
Eerst nog even bij ons vaste wijnhuis in Marignieu wijn proeven en inslaan, waarna we wat zuidelijker, in de buurt van Quirieu, even lekker de natuur in duiken, bij de meertjes van Epieu. Als we later op de dag de prachtige weg langs de Rhône volgen, zien we een bord met Maison d’Izieu. Dat zegt ons niets. We volgen de aanwijzingen en rijden erheen. Het is een museum, prachtig gelegen in de bergen met uitzicht op het blauw van de brede rivier.

Wat er wordt verteld is het verhaal van de tweede wereldoorlog. Honderd Joodse mensen – bijna allemaal kinderen – werden hier bij elkaar gebracht. Ze woonden in het grote Franse huis met luiken en werkten en speelden daar, tot ze, onwetend vaak, werden weggevoerd en omgebracht. Een echtpaar heeft 44 kinderen weten te redden van de dood. Het zijn indrukwekkende verhalen en monumenten.
Op zondag is er bij Tignieu een grote brocantemarkt. Daar kun je de meest verrassende dingen tegenkomen. Ik snuif vooral veel muffe geuren op in de overvolle barakken en sla zowaar mijn slag met een mooi tasje. Er zijn ook door Franse creatievelingen gemaakte spulletjes te bewonderen, de barbecue walmt, stukken squid in een grote soeppan wachten om uitgeserveerd te worden aan vrolijk lunchende Franse families, een band speelt, ik herken Sting en neurie vanzelf mee.


De stemming zit er goed in. Acrobaten voeren een act op en allerlei fantasiefiguren lopen rond om kinderen te vermaken. Iedereen wil hier iets vinden, iets tweedehands, iets ouds, ja, zeg maar gewoon vieux.

Bij Sermerieu vind je dan weer mooie kleine wijngaarden. We laten Vignieu en Dolomieu links liggen. Nee, Vertrieux springt in het oog. Een oude plaats met twee kastelen, nou ja, een hooggelegen ruïne en een enorme opknapper met grote tuin, fraai gelegen aan de rivier. Die kiezen we uit voor een heuse picknick. In de beschrijving op internet zien we dat er oude stenen banken staan waar je heerlijk kunt zitten met uitzicht op rivier en kasteel.
Met een tas vol vers stokbrood, een keur aan kazen – cremeux en bleu – van de streek, fruit, drankjes en yoghurt gaan we op zoek, een bank van steen aan de rand van het stukje bos, vlakbij de toch wel onverwacht goed onderhouden kasteeltuin. De bank die we eerst echt niet zagen, blijkt verstoppertje te spelen onder een laag mos van minstens tien centimeter. Het vormt vast een verend kussen onder je billen, maar deze picknickplek wordt het niet, vol in de zon. Uiteindelijk wordt het een oud brokkelig muurtje onder een enorme boom die gul is met zijn schaduw. We genieten van de stilte, eten en relaxen en voelen ons als god in Frankrijk, ofwel op deze dag, als ‘dieu in Vertrieux’.
Ineke
