Even doorbijten

Gespannen open ik de envelop. Het is altijd weer confronterend. Het onderzoek waaraan ik elke twee jaar deelneem. Hoe zal de uitslag dit keer zijn? Goed? Dan ben ik het snel vergeten. Fout? Dan begint een lang traject.


Het is vrijdag en om kwart voor elf word ik verwacht in de onderzoekswagen bij sporthal De Streepen. Via een ijzeren trap kom ik bij de ingang. Ik sta vrijwel meteen in de smalle wachtkamer. Als ik me heb aangemeld en tussen de dames in ga zitten, bekruipt me een ongemakkelijk gevoel.

Ieder van ons heeft kans om snel na dit onderzoek een verontrustend telefoontje te krijgen. Aan de ene kant wil ik er niet aan denken, gewoon kop in het zand. Maar aan de andere kant realiseer ik me dat ik niet voor niets mee doe aan dit onderzoek. Er kan dan vroegtijdig behandeld worden als er een afwijking in mijn borsten te vinden is. 

Ik ben aan de beurt. ‘Kleed u zich van boven maar uit,’ zegt de dame vriendelijk. ‘U wordt zo geroepen.’ Het kleedhokje is zo klein dat ik met mijn knieën bijna tegen de wand zit. Ik kijk wat rond. Er staat deodorant, zodat je nog even kunt sprayen. Wel zo prettig voor de dames die de hele dag in de buurt van al die oksels aan het werk zijn. 

Voor me aan de wand hangt een foto van een vrouw. Haar borst zit ingeklemd tussen twee doorzichtige platen. Ik voel me misselijk worden. Niet echt geruststellend, zo’n plaatje.

Een klopje op de deur. Ik mag naar binnen en kom in een halfdonkere ruimte zonder ramen. Een mix van deodorant en transpiratiegeur stroomt mijn neus binnen. De mevrouw geeft vriendelijk aanwijzingen. ‘Leg de linkerhand op de buik en houd met de rechter deze handgreep vast.’ Terwijl de laborante mijn borst in de juiste positie manoeuvreert voel ik dat ik mijn nagels pijnlijk diep in mijn vel heb gedrukt.

‘Wilt u de schouder ontspannen?’ Terwijl ze dat zegt, merk ik dat mijn schouder tot aan mijn oor is opgetrokken. Met een zucht probeer ik te ontspannen. Ik spreek mezelf toe: Rustig blijven, even doorbijten. Maar dan schiet de opmerking van mijn vriendin Marieke door mijn hoofd: ‘De stroom kan uitvallen.’ Ik begin te transpireren. Ja natuurlijk kan dat, maar daar wil ik absoluut niet aan denken terwijl een deel van mijn lichaam geplet wordt als in een bankschroef. ‘Nu even draaien voor de laatste foto’s. Zet uw voeten schuin naar voren.’ Ik krijg de neiging om een stap te zetten om mijn evenwicht te bewaren.


‘Nee, blijven staan,’ zegt de laborante, ‘ik begeleid u naar het apparaat.’ Ik geef me aan haar over en daar hang ik, scheef opzij als de toren van Pisa. 

De vrouw is zich bewust van de vervelende houding waarin ik me bevind. Op een holletje verdwijnt ze achter een scherm zodat ze me weer snel uit mijn benarde positie kan verlossen.



Wat een opluchting. Dat hebben we weer gehad. Nu is het wachten op de uitslag. Mijn gedachten gaan uit naar al die vrouwen die een slechtnieuwsgesprek hebben moeten voeren met hun arts en die bezig zijn hun lichaam weer op orde te krijgen.

Willemien