Ze spiedt tussen haar geraniums door naar de overkant. De etage daar staat al een tijdje leeg. Iedere dag opnieuw hoopt ze daar een nieuw gezicht te zien. Vandaag kan dat misschien gebeuren. Zojuist is er voor het appartementengebouw een deftige zwarte auto gestopt. Als Kees nog naast haar had gezeten, waren ze vast weer gaan steggelen over het merk en het type van het voertuig.
Een grijze man stapt uit. Hij draagt een lichte zomerhoed en een lange beige regenjas. Hij kijkt links en rechts de straat in en richt zijn blik daarna op de overkant. Ze duikt weg onder de vensterbank. Als ze even later weer langzaam overeind komt, is er niemand meer te zien. In de keuken schenkt ze nog een koffie in en loopt naar haar favoriete plekje achter de bloembakken op haar balkon. Achter het kale raam ziet ze iets bewegen en even later drukt een man zijn neus tegen de ruit. Het voelt of hij haar recht in de ogen kijkt. Ze deinst achteruit en besluit om haar dagelijkse rondje langs de buurtwinkels te gaan maken. Wanneer ze met de lift in de hal beneden arriveert, is de auto weg.
Een paar weken later rijdt een grote verhuiswagen de straat in en stopt recht tegenover haar huis. Twee potige mannen stappen uit en zijn de hele ochtend bezig. Ze sjouwen af en aan met verhuisdozen en meubilair. Op een ‘hondje’ brengen ze de huishoudelijke apparaten naar boven. Ze is blij met elke afleiding. Tegen het middaguur stopt er een meisje op de fiets. Ze geeft beide mannen een grote broodtrommel en vertrekt weer. Dan arriveert de zwarte auto. Ze knippert met haar ogen als ze de outfit ziet van haar toekomstige buurman. Een grijze spijkerbroek gecombineerd met een ruitjeshemd in blauwe tinten. Wat een metamorfose vergeleken met de eerste keer. Niet onaantrekkelijk. De jongste verhuizer pakt drie klapstoeltjes uit de laadruimte en even later zitten de mannen bijeen op het trottoir. Zij fantaseert al over een thermoskan koffie en mokken. Niet opdringen, spreekt ze zichzelf toe.
De verhuizing gaat voorspoedig zo te zien. Er komt vitrage voor de ramen, er worden overgordijnen opgehangen en op de vensterbank, recht tegenover haar rode geraniums, heeft iemand planten neergezet. Vier cactussen, strak op een rijtje. Dat is haar nieuwe uitzicht. Ze is allergisch voor die prikgevallen. Het hele jaar staan ze te verstoffen en ze kunnen je nog eens behoorlijk depressief maken ook.
Dan begint er bij haar iets te borrelen. Er is een vuurtje aangestoken. Dit kan ze niet laten gebeuren. Als door een wesp gestoken, komt ze overeind. Ze schiet haar balkon op en als ze haar buurman uit de voordeur ziet komen, buigt ze zich over het hekwerk en roept: ‘Hallo, ik ben uw nieuwe buurvrouw. Heeft u zin in koffie? Ik woon op 195.’ Hij draait zich met een verbaasd gezicht naar haar toe. ‘Mevrouw, heel aardig van u, maar ik heb nu een afspraak. Morgen wil ik graag met u kennismaken.’ Hij zwaait joviaal en stapt zijn auto in.
Een dag later op koffietijd wijst ze hem de weg naar haar balkon. Onder het genot van een royale punt van de zelfgebakken appeltaart bewondert hij de veelkleurige petunia’s in haar balkonbakken. ‘U houdt meer van cactussen zie ik.’ ‘Mevrouw ik weet me geen raad met bloeiende planten, dus is dit de oplossing.’ ‘Ik begrijp het,’ is haar reactie.

Bij het weggaan spreken zij af dat ze elkaar Charles en Els gaan noemen en dat het volgende koffie-uurtje bij hem zal zijn. Dat geeft mogelijkheden, bedenkt ze.

In de tussentijd gaat zij naar de markt om rode geraniums te kopen. Een week later loopt ze met haar mand de straat over en belt aan. Ze hebben het gezellig samen.
Ze sluiten een deal: hij zal haar iedere week een stukje van zijn postzegelverzameling laten zien en vertellen over het land waar de zegels vandaan komen. Voor zijn werk was hij vaak in het buitenland en heeft zo veel van de wereld gezien. Dan zorgt zij voor zijn geraniums en haalt de uitgebloeide bloemetjes weg.
Nelleke

