Het woord later gebruik ik niet meer

“Waar haal jij de tijd vandaan?” Bij het afsluiten van de bijeenkomst van onze schrijfgroep een paar weken geleden, wierp Emmy ons deze woorden als inspiratiebron voor een volgende schrijfopdracht toe. Het zinnetje fladderde als een guirlande door de lucht en ik had geen moed om het op te vangen. Nou bedankt, schoot het door me heen toen iedereen weg was en ik bij het opruimen van de koffie- en theekopjes de guirlande toch maar liet landen. Ik had geen flauw idee welk verhaal eruit zou groeien.

De weken daarna veroorzaakte Emmy’s schrijfopdracht een kriebelend ongemak dat ik makkelijk kon wegblazen met allerlei drukdrukdruk-gedoe. Ik vertrouwde erop dat er een moment zou komen dat er een luikje openklapte in mijn hoofd en ik zou weten in welke richting die woorden me zouden voeren. 

En vanmorgen vroeg gebeurde dat. Niets vermoedend lag ik nog wat nasudderend in mijn warme bed te kijken naar de woorden ‘Waar haal jij de tijd vandaan?’ Plots voelde ik het luikje openklappen en het antwoord op de vraag sprong in beeld: ik haal de tijd tussen mijn oren vandaan. Natuurlijk. Dat ik dat niet eerder heb gezien. Mijn hoofd zit vol met tijd. Tijd die ik in de gedaante van allerlei verhalen, beelden, gevoelens, geuren en smaken tevoorschijn kan halen.

Het beeld van een soort jukebox dringt zich op, maar dan niet een waaruit je met een druk op de knop muziekjes kunt toveren maar wel eentje waaruit je allerlei verhalen, ervaringen, gevoelens kunt oproepen.Op de knoppen in deze jukebox staan geen combinaties van letters en getallen maar jaartallen, plaatsnamen, tijdstippen, plekken, namen van jongens, meisjes, mannen en vrouwen, plaatjes van bloemen, bomen, landschappen.

Er is ook een categorie knoppen waarmee je geuren op kunt roepen, bijvoorbeeld: zomeravond na een regenbui, winteravond in Zermatt, juli in de Provence, wasgoed buiten aan de lijn, vers gebakken frites, schoensmeer. Een onvoorstelbare hoeveelheid knoppen. Een druk op zo’n knop levert me een brokje tijd gevuld met ervaringen op.

Het is wonderlijk dat er in de ruimte in mijn hoofd, die zo groot is als een pondspak koffie, zoveel plaats is voor al die tijd. En uit dat ‘pondspak‘ haal ik wanneer ik maar wil – en ook ongevraagd – beelden en verhalen tevoorschijn met alle zintuigelijke waarnemingen die daarbij horen. Zo ontmoette ik gistermorgen bij de ingang van Albert Heijn een vriendin die een kinderwagen bij zich had met een piepklein kleinkind. Al bewonderend drukte ik blijkbaar op een knopje van die fantastische tijdmachine tussen mijn oren, want hop: maart 1973 popte op en ik voel mijn eigen, warme baby tegen mijn vel. Ik sta voor het raam van onze slaapkamer in Zijtaart en zie de eerste lammetjes springen tussen de paardenbloemen in de wei achter ons huis. Na een paar seconden was dat beeld verdwenen en na een afsluitend woordje wandelde ik verder naar de kraam van de Kaaskoning op de wekelijkse markt op het kerkplein. Terwijl ik voor de kraam wachtte op mijn beurt, plopte er een zaterdagmorgen in 1967 op en ik wacht op mijn beurt bij de kaasverkoper in Utrecht, op de zaterdagse markt op Het Paardenveld. Op een van de grote, gele kartonnen die aan een waslijntje tegen de achterwand van de kraam zijn opgehangen lees ik dat jonge kaas 35 cent per ons kost. Ik heb nog een gulden in mijn jaszak en bestel een half pond. Weg was die zaterdagochtend langgeleden, toen ik de Kaaskoning hoorde vragen waarmee hij mij van dienst kon zijn.

Ik sta – zoals de oude Grieken dat zagen – met mijn rug naar de toekomst. Geen idee hoeveel tijd daar nog op mij ligt te wachten. Het woord ‘later’ gebruik ik niet meer. Maar gelukkig beschik ik over een royaal gevulde ‘jukebox’ met een ontelbare hoeveelheid knoppen die mij voeren naar vroeger, naar tijden, plaatsen, personen, gebeurtenissen die ooit mijn dagen stoffeerden. Ik hoef de deur niet uit, zelfs mijn bed niet, voor die reisjes. Achter mijn rug bevindt zich niet veel tijd meer, maar vóór mij….

Margreet